Introductie

Een succesvolle trimbeurt voor je hond valt en staat met (vacht)verzorging thuis. Zorg dat je hond gewend is aan borstelen, pootjes vastpakken, oortjes vastpakken. Puppies kunnen eens in de trimsalon komen om te "oefenen". Een eerste echte trimbeurt is best intensief en spannend, het is dus belangrijk om dat een beetje op te bouwen. Ook is het belangrijk, vooral bij knipvachten (shi tzu, labradoodle, poedel etc) dat de vacht klitvrij is. Dat houdt in dat je je hond minimaal 1 x per week goed moet borstelen en kammen. Klitten verwijderen is ook belangrijk. Doe je dit niet, dan kan de vacht  vervilten en dan is vaak de enige mogelijkheid nog kaal scheren. Weet je niet goed hoe dit het beste te doen, ik laat je graag zien wat het beste werkt. Check dus je hond regelmatig op klitten, vooral na regen of sneeuw. Na regenachtige dagen of zwemmen is het ook belangrijk dat je de hond goed droogt. 

 

Ruwharige honden met een plukvacht ruien niet van zichzelf. Die vacht moet geplukt worden. Ook die kun je laten wennen door te borstelen, daar komt soms al wat haar bij mee. De vacht van een pup is vaak "plukrijp" na 6 maanden. Wil je je ruwharige hond (terriers, ruwharige teckel etc) het hele jaar comfortabel hebben, dan is het advies elke 3 maanden te laten plukken. Dit wordt strippen genoemd en dan blijft de vacht iets langer. Je kan ook 1x per half jaar komen, dan wordt de vacht korter. Als je ziet dat de hond vaker begint te krabben, is het raadzaam om te kijken of de vacht plukrijp is. De haartjes zitten dan los in de haarzakjes en beginnen te irriteren. Wacht je te lang, dan kan het zelfs pijnlijk worden.

 

Honden met dubbele vachten ruien wel vanzelf, maar ook die kun je helpen. Daar heb je vooral zelf heel veel profijt van, omdat je dan niet overal haren ziet dwarrelen. Een hond die je in de rui laat ontwollen verliest al gauw haast evenveel haar als wat er blijft zitten en dat vindt je dan dus niet in huis. Win win situatie voor zowel baasjes als de hond zelf.